Als de Wielewaal zich niet laat zien

Vakantiebelevenissen deel één: De Wielewaal is een prachtige vogel

We zijn zojuist neergestreken op ons vakantieadres. Ik ben een vrouw, dus, voor, tijdens en na de reis moet ik plassen. De campingplaats die wij de komende tijd ons thuis mogen noemen is gelukkig slechts enkele meters van het toiletgebouw verwijderd. 

Op de deur prijkt een affiche, een aankondiging van een wandeling onder leiding van een natuurgids. Nu hebben (v)echtgenoot en ik er nog al een houtje van om eerst zelf op ontdekking te gaan en tegen het eind van de reis pas zo’n wandeling te maken. Meestal komen we dan tot de ontdekking dat we dit en dat, oh en dat ook nog, eigenlijk best langer hadden willen bekijken maar ja de reis zit er al weer bijna op. Teruggaan voor een uitgebreider bezoek is dan al lang geen optie meer. We hebben ons dus voorgenomen dit soort uitstapjes voortaan aan het begin van onze reis te doen. Dwalen kunnen we daarna altijd nog.

In rap tempo hebben we de tentluifel aan de caravan hangen.(V)echtgenoot gaat stoer met tentharingen, scheerlijnen en een stevige hamer aan de slag. Ondertussen klap ik de stoelen uit, zet het tafeltje neer, deponeer een kratje op de grond voor de schoenen en zet de bench voor de hond op de gewenste plaats en ga nog maar eens plassen. Nog geen uur later zijn we volledig geïnstalleerd. De vakantie kan beginnen.

We zijn de jongsten

Na het eten en afwassen melden we ons netjes op tijd voor de wandeling. Het groepje dat staat te wachten is erg bescheiden en met onze komst gaat de gemiddelde leeftijd drastisch naar beneden. Het was me al opgevallen dat de camping vooral bevolkt wordt door bejaarden, te herkennen aan de geranium op tafel en uitbundige bloeiende planten rondom de campingplaats.

Een man met guitig gezicht en twinkelende pretoogjes steekt zijn hand uit.
“Goedenavond ik ben Ron Jubss, de gids, erg leuk dat jullie er bij zijn gekomen.”

Een kort rondje handen schudden en namen uitwisselen volgt en dan kunnen we vertrekken. Ron kijkt enigszins bezorgt naar de kniebroeken en blote armen van onze bejaarde metgezellen en informeert nog even of ze zich wel hebben ingesmeerd met muggenspul. Dat hebben ze niet maar ze wagen het erop. Een van de mannen trekt voor de zekerheid toch zijn sokken iets hoger op.

Ron blijkt een ras optimist, totaal niet uit het veld geslagen door de teleurstellend lage opkomst verteld hij vrolijk dat er vast nog mensen gaan aansluiten als we het korte stukje over de camping lopen.
“Meestal zijn we dan toch nog met een groep van veertig personen.”
We blijven met zijn zevenen, inclusief Ron, maar ook dat mag de pret niet drukken.

Wandelen door de natuur is zo rustgevend

Op de camping is een recreatieplas, er omheen wat gras, wat zand en wat struiken. Op het gras staat een flinke boom die voor de nodige beschutting zorgt. Ron verteld over het ontstaan van de plas. Had iets te maken met ruilverkaveling en een eigenaar die daar niet zo gelukkig mee was. Hij kan zijn lach nauwelijks onderdrukken als hij verteld dat de boze eigenaar uit frustratie de boel heeft afgegraven om zo de grond die al decennia in bezit van zijn familie was te behouden. Tijdens het uitvechten van de ruzie die daarop volgde is het flink gaan regenen. Het ontstane gat vulde zich met water en voilà de recreatieplas was een feit.

Ron verteld met zo veel passie dat we ademloos naar dit bizarre verhaal staan te luisteren.

Eindelijk horen we de Wielewaal

Ron spitst plotseling zijn oren en wij dus ook.

“Hoor! Dat is de Wielewaal. Een prachtige vogel, fel geel met zwarte vleugels. Het mannetje dan hè, vrouwtjes zijn een stuk minder mooi. Prachtige vogels, echt waar. Jammer dat je ze nooit te zien krijgt.”
Ron fluit terug, het blijft angstaanjagend stil.
“Jammer, hij heeft ons al gezien. Vorige week toen gaf hij steeds antwoord, dat was zó leuk. ”
We zijn jammer genoeg net een week te laat.

Oud zaad

We lopen verder en staan stil op een stuk grond waar de hei zich prima thuis voelt. Ron legt uit dat dit de oorspronkelijke begroeiing van het gebied is en dat in augustus alles prachtig in bloei staat, dan is het pas echt mooi hier. We zijn dus eigenlijk een maand te vroeg.

Het volgende stuk waar we stil staan is zand. Met enorm veel passie legt Ron ons uit dat hier hard gewerkt is om de bomen en struiken weg te halen, dat ze met de hand plaggen hebben gestoken. Het zand waar we nu op staan dateert nog vanuit de ijstijd. Ron klapt bijna dubbel van plezier als hij aanwijst dat het zaad nog altijd in de grond zit.

“Echt waar hoor, het zaad zit er nog altijd in. Ja zo krijgen we hier de oorspronkelijke begroeiing weer zoals die ooit bedoeld is. Kijk nu is het een dooie boel maar over vier jaar, nou dan weet je echt niet wat je ziet, zo mooi.”
Tja we zijn dus duidelijk veel te vroeg.

Dan hebben we nog de Tjiftjaf en de IJsvogel

“Horen jullie dat? Dat is een Tjiftjaf. Heel veel vogels danken hun naam aan het geluid dat ze maken. Oh en daar heb je de Wielewaal ook weer. Zo’n mooie vogel. Jammer dat je ze nooit ziet.”

Het volgende stuk waar Ron ons mee naar toe neemt heeft ook een mooi verhaal, daar heeft vorig jaar nog een wolf gelopen, hij wijst precies aan waar de pootafdrukken gestaan hebben. We zijn dus eigenlijk net een jaar te laat.

Ik begin zo langzamerhand de slappe lach te krijgen maar weet me nog net te beheersen. Ik merk dat (v)echtgenoot het ook dolkomisch vindt en we durven elkaar niet meer aan te kijken.

We komen bij een waterplas. Hier heeft Ron nog niet zo lang geleden een IJsvogel rakelings langs zien vliegen, mét een visje in de bek. Tja zoiets zie je natuurlijk maar één keer in je leven gebeuren. Jammer dat we er niet bij waren, het was zo bijzonder.

Maar niet getreurd Ron heeft een leuke verassing voor ons. We worstelen ons door wat dichte begroeiing en komen bij een klein vennetje waar in de oever een aantal gaten zit.
“Kijk hier nesteld de IJsvogel, daar waar die zwarte baan onder dat gat zit.”
De man met de opgetrokken sokken is duidelijk onder de indruk, hij bukt zich wat om beter in het gat te kunnen gluren.
“Nou ja, ik weet het natuurlijk niet zeker of er nu een nest zit, maar het zou zo maar kunnen.”

Nu gaat Ron echt los

“Zien jullie het zitten om een stukje jungle te doen?”

De man met de opgetrokken sokken is toch wat bang voor doorns want hij gebruikt bloedverdunners en dat geeft de nodige problemen mocht hij zich openhalen.
“Goed uitkijken dan maar. Gewoon erover heen stappen.”
Nee Ron is zeker niet pessimistisch ingesteld, dat is me inmiddels wel duidelijk.

De “jungletocht” is zeker een meter of tien lang en na deze uitputtingsslag hebben we wel een goed beeld hoe men in de oertijd jagend door het dichtbegroeide gebied moet zijn getrokken. Ik had het voor geen goud willen missen.

Na dit avontuur last Ron even een adempauze in. Hij verteld wat over de ontwikkelingen in het gebied, waarbij er toch wat belangenverschillen zijn tussen de boeren, het toerisme en natuurbeheer.

Een kinderhand is snel gevuld

Ineens duikt hij bijna de sloot in.
“Kijk hier eens, misschien ruiken jullie het al.”
Zo trots als hij maar zijn kan komt hij met een takje Watermunt naar boven. Hij laat ons om beurten ruiken. Dan overhandigd hij met een grootmoedig gebaar het takje aan mij.
“Als je het in een glas water zet dan trekt het heel makkelijk wortels en dan heb je je eigen plant.”
Hoewel ik verschillende soorten munt in mijn achtertuin heb groeien ben ik als een kind zo blij met mijn takje.

We gaan alweer richting de camping als Ron een leeg frisdrank blikje ziet liggen in de bosjes.
“Dat is niet leuk, dat hoort hier natuurlijk niet.”
Kordaat raapt hij het blikje op.
“Och maar anders had ik dit ook niet gevonden. Kijk eens wat ik hier voor moois heb.”

Ron komt overeind met een minuscuul veertje in zijn handen.
“Wie weet van welke vogel dit is?”
De streber in mij roept het antwoord al voordat de rest zelfs maar tijd heeft gehad om na te denken.
“De Vlaamse Gaai.”
Ron is zeer blij verrast en ik mag het veertje hebben.

De Wielewaal is een prachtige vogel

Op de camping gaat ieder zijns weegs. (V)echtgenoot en ik lopen nog een stukje op met Ron, hij kletst nog altijd onvermoeibaar door. Dan is daar weer het gezang van de Wielewaal. We zien hem natuurlijk niet maar we horen hem luid en duidelijk. Ron fluit terug, dit keer krijgt hij wel antwoord.

Jammer voor de rest, die zijn net te vroeg vertrokken.

Het is hartverwarmend om te zien hoe blij Ron is met het leven. Ron geniet. Hij geniet van wat er ooit voor leuks gebeurd is en hij geniet van wat er mogelijk nog allemaal voor leuks kan gaan gebeuren.

Ik heb Ron ondertussen voor altijd in mijn hart gesloten. Door hem heb ik vandaag namelijk een hele belangrijke levensles geleerd.

Je ziet hem misschien niet maar als je goed luistert kun je hem wel horen. De Wielewaal is een prachtige vogel!

Als de Wielewaal zich niet laat zien
foto door S. Grinwis

Het is hartverwarmend om te zien hoe blij Ron is met het leven. Ron geniet Klik om te Tweeten.

Je kunt me volgen via deze Social Media:
Like
Like Love Haha Wow Sad Angry
31

3 gedachten over “Als de Wielewaal zich niet laat zien

Een reactie plaatsen

Uit- en aanvinken om een artikel van jouw blog te laten zien

%d bloggers liken dit: