Geld stinkt (niet)

Te lezen in ± 4 minuten

Omdat ik zeer dringend snelhechters nodig heb sta ik in de rij bij de Action. Een bedrijf waar ik niet graag kom, maar het is nu eenmaal de dichtstbijzijnde winkel. Door de belachelijk lage prijzen die daar gehanteerd worden is de verleiding om spullen, die je totaal niet nodig hebt, toch te kopen, erg groot. Kwantiteit boven kwaliteit dus. Afgezien dat die overconsumptie heel slecht is voor het milieu, je portemonnee en de hebzucht, weet je ook dat het eigenlijk niet kan, die prijzen. Ergens in de productieketen wordt dus iemand enorm uitgebuit en dat zal vast niet de eigenaar van het bedrijf zijn.
Kortom ik ben geen fan. Zeer tegen mijn zin sta ik te dus wachten tot ik kan afrekenen.

Voor mij in de rij staat een man. Ik sta altijd in observatiestand en deze meneer trekt direct mijn aandacht. Hij is erg lang en mager. Tenminste op zijn buik na. Die is nogal fors en heeft een vreemde vorm. Zijn buik is niet rond en dik maar langgerekt dik, met in het midden nog een extra bobbel. Het doet een beetje denken aan een rugbybal. Het ziet er wonderlijk uit. Er missen ook nogal wat tanden in zijn mond, die er over het algemeen ook niet al te fris uitziet. Net als zijn haar. Het is dun, slecht geknipt en vies. Niet vettig maar echt vies. Zijn kleding is verschoten, versleten en smoezelig. De geur is ook niet te harden. Zonder enig voorbehoud kan ik zeggen dat hij stinkt.

Ik moet mijn best doen om niet te gaan kokhalzen. Ik draai mijn neus daarom een andere richting uit en bewaar meer afstand dan noodzakelijk is.
Mijn blik richt ik nu maar op de loopband. De man heeft twee boterhambordjes op de band liggen.
Mijn gedachten gaan met me op de loop. Als ik het positief benader is het mijn fantasie die aan het werk gaat, maar als ik eerlijk ben heb ik op basis van nogal summiere informatie mijn oordeel al geveld. ‘Vast een zwerver of zijn huis is inmiddels zo vervuild dat zelfs hij niet meer van zijn borden wil eten. Of hij kan ze niet meer terugvinden.
Dat (ver)oordelen vind ik erg slecht van mezelf en ik probeer om het los te laten. Elk mens heeft namelijk een verhaal en ik heb geen idee wat het zijne is.

Hij is aan de beurt en vraagt om een tasje en de caissière kijkt hem aan. Ik zie het afgrijzen op haar gezicht. Als ik het zie kan hij het dus ook zien. Ze legt het tasje voor hem neer en dan zie ik dat hij ook drie dikke notitieboeken heeft gekocht. Ik vraag me af wat hij daarmee gaat doen, hij lijkt me niet het type om veel te schrijven. Hij pakt zijn portemonnee. Een dikke stapel vijftigjes puilt eruit.
Verbaasd kijk ik ernaar.
Je hebt geld genoeg en had dus ook best een fles doucheschuim en shampoo mee kunnen nemen.’
Het (ver)oordelen is een hele nare gewoonte die ik nodig eens af moet leren.

De caissière ziet het geld in zijn hand en weigert het aan te pakken.
“U kunt niet contact betalen hier, dit is een pin kassa.”
“Ik kan niet met pin betalen. Contant geld is toch een wettig betaalmiddel?”
“Meneer u mag hier alleen met pin betalen, anders moet u naar mijn collega.”
Hij blijft staan en kijkt haar strak aan.
“Wat wilt u meneer, toch met pin betalen.?
“Nee, want dat kan ik niet, ik wacht op uw collega.”

Ze zucht en draait zich om.
“Tanja, kan meneer even bij jou betalen? Hij kan niet pinnen en hij begrijpt het niet helemaal.”
Geïrriteerd loopt de man met zijn tasje en geopende portemonnee naar de collega.
“U moet wel wel gewoon achteraan sluiten hè, de andere mensen staan ook netjes op hun beurt te wachten.”
“Ik moet wéér in de rij gaan staan? Dat verdom ik, dan ga ik weg!”

Hij voegt de daad bij het woord. Bergt rustig zijn portemonnee op, pakt het tasje met bordjes en notitieboekjes en loopt met opgeheven hoofd en vastberaden de winkel uit.
“Aisha, kijk nou die smeerlap loopt gewoon weg, zonder te betalen.”
De caissière belt meteen de bedrijfsleider, maar de man is in geen velden of wegen meer te bekennen.

Nogal confuus over wat er net is voorgevallen loop ik de winkel uit. Op de parkeerplaats is ook wat tumult gaande.
Twee automobilisten hebben het aan de stok gekregen over een parkeerplaats. De vloeken en nare ziektes vliegen over en weer. Een van de partijen besluit het niet op een handgemeen aan te laten komen en rijdt weg. De achterblijver vloekt en tiert nog even door.

Deze winkel haalt op alle fronten het slechtste in de mens naar boven zoveel is me wel duidelijk geworden.

Schrijfhart logo

Like
Like Love Haha Wow Sad Angry
81
avatar
2 Comment threads
2 Thread replies
0 Followers
 
Most reacted comment
Hottest comment thread
3 Comment authors
Sonja GrinwisPatricia Fransen - IJpelaarEllie Schmitz Recent comment authors
  Subscribe  
Abonneren op
Patricia Fransen - IJpelaar
Gast
Patricia Fransen - IJpelaar

Mooi stukje en ik ken herken wat je schrijft

Privacyverklaring
ik heb de privacyverklaring gelezen en ben akkoord
Ellie Schmitz
Gast

Wat een mooie observatie in je stukje. Een om ook eens over mijzelf na te denken. Hoe denk ik…Herken wel wat je schrijft, het is… Lees verder »

Privacyverklaring
ik heb de privacyverklaring gelezen en ben akkoord
Zelf ben ik ook enthousiast over deze tekst daarom zit er ook copyright op! Vraag gerust naar mijn tarieven als je mijn teksten wilt gebruiken
%d bloggers liken dit: