Als je niet luistert naar je beschermengel is het je eigen schuld

Het is altijd veel makkelijker om de schuld bij de ander te leggen, dan hoef je namelijk niet stil te staan bij je eigen aandeel. Niet na te denken over je eigen verantwoordelijkheid.

Ik weet nog dat ik hem de eerste keer zag. Hij liep aan de overkant van de straat. Smoezelige jas, vet en te lang vlassig haar, broodmager, een verwilderde blik in de ogen. In zijn ene hand een flinke plastic tas waarin flessen en blikjes duidelijk hoorbaar tegen elkaar aan klingelde. In zijn andere hand het onvermijdelijke blikje bier. Hij was boos. Erg boos, op iets of iemand naast hem, dat was me niet helemaal duidelijk, want ik zag het niet.

Alle keren daarna als ik hem zag, leek hij ruzie te hebben met deze mysterieuze metgezel. Vloekend, tierend en zwalkend over straat. Tegemoetkomende mensen staken verschrikt de straat over, ongemakkelijk en wellicht angstig voor het afwijkende gedrag. Wie niet in de pas mee loopt, kun je nu eenmaal maar het beste ontwijken.

Het ligt voor de hand om vanwege zijn benevelde en verwarde toestand wat lacherig te doen over zijn onzichtbare Compaan. Misschien heeft hij een beschermengel die helemaal horendol wordt van de man die zelf zijn grootste vijand is. Het ligt gewoon aan mij dat ik die niet zie. Ik zie namelijk ook geen aura’s. Er zijn mensen die ze wel kunnen zien maar ik ontbeer die gave. Lange tijd werd ook over aura’s erg lacherig gedaan maar nu heeft de wetenschap aangetoond dat ze wel degelijk bestaan.

Dat ik het niet kan zien is dus geen garantie dat het niet bestaat.

Nog niet zo lang geleden zag ik hem weer. Hij stond met flink wat krachttermen tegen de deur van de huisartsenpost aan te trappen. Terwijl ik dichterbij kwam had hij zijn tas met drank neergezet en stond hij met zijn vuisten en zijn voeten een verwoede poging te doen om door de deur heen te breken.

“Meneer kan ik u ergens mee helpen? MENEER?”

Hij stopt, laat zijn handen zakken, even heeft hij moeite zijn evenwicht te herpakken. De verwilderde blik veranderd naar verbazing. Hij is het niet gewend, dat mensen hem zien. Dat er iemand is die zich met hem bemoeit. Dan is daar toch weer die woede.

“Die klootzakken doen niet open, ik wil naar binnen.”
Hij begint weer te schoppen en te slaan.

“Meneer! Het is zaterdagavond, de huisartsen zijn er niet. Als u een arts nodig heeft zult u naar de huisartsenpost bij het ziekenhuis moeten gaan.”

Hij stopt, draait zich om en loopt weg bij de deur. Moeizaam kom hij nu mijn richting op.
Ik ook altijd met mijn grote mond. Waarom moet ik me er weer mee bemoeien?
Hij staat nu vlak voor me. Een zure lucht dringt mijn neusvleugels binnen. Ik moet moeite doen om niet te gaan kokhalzen.

“Dank je wel, dat is aardig van je, maar ik red me wel.”

Ik heb daar sterke twijfels over. Deze man redt het al heel lang niet meer. Het gros van de mensen beschouwd hem zelfs al als compleet verloren.
De verwilderde blik is heel even verdwenen. Dan kijkt hij over zijn schouder naar achteren.

“Hou je bek jij, aan jou heb ik toch helemaal niets!”
Ik besluit om hem hierin serieus te nemen.
“Is hij altijd zo vervelend?” Ik knik richting de onzichtbare kwelgeest.

Hij grijnst en slaat zijn arm om me heen.
“Je bent echt lief. Dat zijn er niet veel. Weet je wat het is mop? Hij loopt steeds te zeuren en te jennen en dan kom ík dus te laat bij de dokter. Ik heb gewoon mijn medicijnen nodig weet je? Dat is belangrijk! Tbc, dat is serieuze shit hoor.”
“Oké, laat me maar weer los.”
Ik zeg het zo vriendelijk en rustig mogelijk maar ik begin zo langzamerhand toch lichtelijk in paniek te raken.

“Voor medicijnen kun je toch naar de apotheek? Ik neem aan dat je een herhaalrecept hebt?”
Hij grijnst naar me en draait zich om.
“Jij bent echt een ongelooflijke klootzak, hoor je me? Door jou gaat echt altijd alles mis. Dat had jij me toch ook kunnen vertellen? Maar nee je laat me hier mijn klauwen kapotslaan en maar commentaar leveren. Wat heb ik daar nou aan”
Hij pakt de tas, steekt zijn hand op en loopt weg.
“Bedankt mop, ik red me wel.”

Hij heeft het niet gered

Een paar regels in de krant en een berisping voor de bewakers die hem zagen drijven in de sloot. Ze hadden eens op hun horloge gekeken en besloten dat dit probleem voor de ochtendploeg was. Lekker naar huis, slapen, morgen weer een nieuwe dag.
De man had een puinhoop van zijn leven gemaakt. Zijn eigen schuld! Zo’n verrot leven verdient blijkbaar geen enkel respect.

De blik in zijn ogen, ik raak het maar niet kwijt. De radeloosheid van een man die het ook niet meer weet. Een man die in al zijn onmacht geen andere uitweg meer ziet dan vechten. Het staat op mijn netvlies gebrand.

Maar wat ik vooral niet kwijtraak, is het gevoel dat ik toen meer voor hem had kunnen doen.

Als je niet luistert naar je beschermengel is het je eigen schuld
foto door S. Grinwis
Maar wat ik vooral niet kwijtraak, is het gevoel dat ik toen meer voor hem had kunnen doen. Klik om te Tweeten

Maar wat ik vooral niet kwijtraak, is het gevoel dat ik toen meer voor hem had kunnen doen. Klik om te TweetenBewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

En dan is er ook nog:
Like
Like Love Haha Wow Sad Angry
62

6 gedachten over “Als je niet luistert naar je beschermengel is het je eigen schuld

Een reactie plaatsen

Uit- en aanvinken om een artikel van jouw blog te laten zien

%d bloggers liken dit: